All Posts By

Levi Van Dam

Plaatje bij artikel

5 manieren om tieners te helpen hun angst voor het coronavirus te beheersen

By | JIMinhetnieuws | No Comments

5 manieren om tieners te helpen hun angst voor het coronavirus te beheersen

Bron: New York Times

Volwassenen kunnen helpen door ervoor te zorgen dat adolescenten de gevaren niet overschatten of hun vermogen om zichzelf te beschermen onderschatten.

Mensen van alle leeftijden zijn bezorgd over de verspreiding van het coronavirus en tieners hebben als groep de neiging om emoties bijzonder intens te ervaren. Als ouder, JIM of hulpverlener, zijn hier vijf dingen die u kunt doen.

  1. Normaliseer angst

Angst kan gezond zijn. Maar niet alle adolescenten of volwassenen weten dat het doorgaans als een nuttige en beschermende emotie werkt. Daarom vrezen tieners soms dat hun verhoogde zenuwen het begin van een volledige angststoornis signaleren. Ze maken zich zorgen over het feit dat ze zich zorgen maken.

Volwassenen kunnen jongeren helpen beseffen dat gezonde angst een doel heeft: het waarschuwt ons voor mogelijke bedreigingen en helpt ons op weg naar veiligheid. ‘Een beetje angst voelen’, zouden we rustig kunnen zeggen, ‘is nu logisch. Je hebt de juiste reactie op het opkomende nieuws over het coronavirus. ”

Van daaruit kunnen we tieners aanmoedigen om hun ongemak te uitten in nuttige actie, zoals het leren over en het volgen van de aanbevolen gezondheidsrichtlijnen.

  1. Bied perspectief

Voor psychologen is angst alleen ongezond als het zich voordoet als er geen dreiging is – als er helemaal niets is om je zorgen over te maken – of als het hoogten bereikt die grofweg niet in verhouding staan tot de dreiging, zoals wanneer een tiener een paniekaanval krijgt tijdens een kleine quiz. We kunnen adolescenten helpen hun zorgen over het coronavirus op een passend niveau te houden door ervoor te zorgen dat ze de gevaren niet overschatten of hun vermogen om zichzelf tegen die gevaren te beschermen niet onderschatten.

Daartoe zouden we kunnen zeggen: “Op dit moment is het gezondheidsrisico van coronavirus voor de meeste Nederlanders erg laag.” Hieraan kunnen we toevoegen: “En er is veel dat je kunt doen om jouw risico nog verder te verlagen: houd je handen schoon en uit de buurt van je gezicht, vermijd iedereen die hoest of niest en bescherm jezelf (en je immuunsysteem) door voldoende slaap te krijgen.”

  1. Verschuif de Spotlight

In moeilijke tijden suggereert onderzoek dat tieners zich beter voelen wanneer ze hun aandacht richten op het ondersteunen van anderen. Nadat een overstroming in 2006 een klein stadje in het zuiden van Polen verwoestte, bleek uit één onderzoek dat de tieners die veel sociale steun aan mede-slachtoffers van de overstroming gaven, degenen waren die het meeste vertrouwen uitten in hun vermogen om hun eigen uitdagingen het hoofd te bieden leeft.

Als we dit weten, kunnen we tieners eraan herinneren dat we onze handen wassen en andere gezondheidsaanbevelingen volgen, niet alleen om onszelf te beschermen, maar ook om de druk op lokale medische systemen te verlichten. Op dezelfde manier kunnen volwassenen opmerken dat persoonlijke offers – zoals het uitstellen van een vakantie of thuisblijven als we ons niet goed voelen – de kans op ziekte in onze eigen omgeving helpen verkleinen. Als u boodschappen doet als u wordt gevraagd om zelf in quarantaine te gaan, maak dan van de gelegenheid gebruik om met uw kinderen te praten over de uitdagingen waarmee mensen in nood worden geconfronteerd en overweeg om niet-bederfelijke zaken te schenken aan een lokale voedselbank.

  1. Moedig afleiding aan

Wanneer we ons op gevaren concentreren, groeit de angst en wanneer we onze aandacht ergens anders op richten, krimpt het. Dat gezegd hebbende, kan het voor sommige tieners moeilijk zijn om niet geobsedeerd te raken door Corona, aangezien het onderwerp de krantenkoppen en sociale media doordringt, en omdat de bezorgdheid over de verspreiding van ziekten de scholen heeft gesloten en de annulering van lang geplande evenementen heeft veroorzaakt.

Verder kan de constante beschikbaarheid van nieuwe informatie over het coronavirus sommige tieners (en volwassenen) ertoe aanzetten dwangmatig te controleren op nieuwsupdates. Dit kan echter weinig emotionele verlichting bieden. Onderzoek toont aan dat het verkrijgen van duidelijke informatie over een potentiële bedreiging mensen helpt zich beter te voelen, maar dubbelzinnige informatie doet niets af aan de angst of de drang om geruststelling te zoeken. Herinner hen eraan niet te vertrouwen op geruchten of onbetrouwbare bronnen.

Zolang de updates vaag blijven, moeten tieners die erg bezorgd zijn over Corona worden aangemoedigd om een pauze te nemen in het zoeken naar, of zelfs per ongeluk tegenkomen, van informatie over het virus. We kunnen tieners bijvoorbeeld vragen om minder vaak hun telefoons te controleren op informatie-updates, of erop te vertrouwen dat we belangrijk nieuws zullen delen als het binnenkomt. Evenzo kunnen we aanmoedigen om afleiding te vinden, zoals huiswerk maken of naar een favoriete show kijken, terwijl we onszelf beschermen tegen digitale inbraken.

  1. Beheer je eigen angst

Angstige ouders hebben vaker angstige tieners. Deze onderzoeksbevinding heeft veel mogelijke verklaringen, maar hier is er een: jongeren zoeken naar volwassenen voor aanwijzingen over hoe nerveus of ontspannen ze zouden moeten zijn wanneer ze iets nieuws tegenkomen. Of het nu bewust is of niet, ouders zijn soms bang op een manier die hun kinderen op scherp zet.

Tieners kunnen zien wanneer volwassenen het ene zeggen en het andere voelen. Het aanbieden van geruststellende woorden zal niet veel goeds doen als onze eigen angst hoog oploopt. En als we veel spanning ervaren, zijn we minder in staat tieners en jongvolwassenen te troosten die zich verdrietig voelen over het missen van evenementen of sportactiviteiten.

Voordat gespannen volwassenen proberen een zenuwachtige tiener te steunen, moeten ze stappen ondernemen om hun eigen zenuwen te kalmeren. Om dit te doen, kunnen ze dezelfde strategieën gebruiken als hierboven beschreven.

Een nuchtere reactie laten zien is de beste manier om te voorkomen dat angst onze tieners de baas wordt, terwijl we allemaal onze weg vinden door deze nieuwe en onzekere uitdaging.

 

 

0fa247ac69764b6683ed29528b05efd2

Corona en Stichting JIM

By | JIMinhetnieuws | No Comments

Vanwege het Coronavirus is er in Nederland een nieuwe situatie ontstaan. Het raakt iedereen in zijn dagelijkse bezigheden en dat betekent ook dat er bij ons vragen binnenkomen of de activiteiten van JIM nog doorgang kunnen vinden. Stichting JIM volgt in deze situatie het COVID-19 (bestuurlijk) afwegingskader evenementen dat is opgesteld door het Rijk (inclusief RIVM) en het Veiligheidsberaad (inclusief veiligheidsregio’s en de G4). Gezien dit afwegingskader kunnen de JIMtrainingen en de andere dienstverlening van Stichting JIM doorgaan. Dat betekent dat Stichting JIM ervan uitgaat dat de geplande JIMtrainingen en andere dienstverlening van JIM zonder tegenbericht uitgevoerd worden.

We hebben daarbij natuurlijk begrip voor besluiten die organisaties zelf nemen in het kader van het voorkomen van het verspreiden van het coronavirus. In de organisaties waar de komende tijd JIMtraining en coaching plaatsvindt bieden wij, indien gewenst, ook de mogelijkheid van een online-JIMtraining aan op dezelfde tijd dat de ‘fysieke’ training wordt gegeven.

In onze voorwaarden staat dat trainingsdagen tot maximaal 6 weken van te voren gewisseld kunnen worden en coachingsgesprekken tot maximaal 2 weken van te voren. Anders zijn wij genoodzaakt om de trainingsdag of coaching in rekening te brengen.

Indien u toch besluit een training of coaching buiten die termijnen te willen verplaatsen, zullen wij uit coulance met de huidige situatie slechts de helft in rekening brengen. Samen zoeken we dan naar een andere oplossing.

Sociale netwerken zijn onze drijvende kracht als samenleving, het virus toont ons op pijnlijke wijze hoezeer we met elkaar verbonden zijn. Ik hoop van harte dat Nederland binnen korte tijd weer kan terugkeren naar een situatie waarin we elkaar weer gewoon kunnen ontmoeten. Tot die tijd gaan we met elkaar in gesprek om zaken zo goed mogelijk voor alle partijen te regelen.

 

Stichting JIM

Iedere jongere heeft recht op een zelfgekozen mentor

By | JIMinhetnieuws | No Comments

Woensdag, 11 maart  – Stichting JIM en Stichting Het Vergeten Kind bundelen vandaag hun krachten en gaan tijdens een ontbijtsessie in gesprek met Kamerleden Lisa Westerveld (GroenLinks), René Peters (CDA) en Marijke van Beukering (D66) over de wens dat jongeren zelf een mentor kunnen kiezen: een vertrouwenspersoon uit het eigen netwerk die het kind ondersteunt in het behartigen van zijn of haar belangen.

De rechtspositie van het kind staat in Nederland momenteel onder druk en effectieve behandelmethoden zijn beperkt (beschikbaar). Daarnaast maken de wachtlijsten dat de beste passende zorg voor het kind niet altijd toegankelijk is. Natuurlijke mentoren zijn overal aanwezig en hebben een positieve impact op de levens van kinderen en jongeren, maar worden nog onvoldoende en willekeurig benut.

Uit een peiling van Het Vergeten Kind  blijkt dat dit ook een grote wens is van jongeren zelf. ‘Het is heel fijn om iemand naast je te hebben die je vertrouwt, daar praat je immers veel makkelijker mee en het zorgt ervoor dat je grip krijgt op de situatie!’, aldus de leden van de jongerenraad van Het Vergeten Kind; The Unforgettables.

Ieder kind heeft recht op iemand die er onvoorwaardelijk voor hem/haar is. Iemand die het kind volgt, waar het ook woont en die opkomt voor de belangen van het kind. Bij voorkeur iemand uit het netwerk die een grotere rol krijgt bij de zorg voor het kind. Het Vergeten Kind en JIM zien zo’n mentor als een belangrijke stap om kinderen die te maken hebben met jeugdzorg,  meer stabiliteit te bieden.

De Kamerleden hebben vandaag aandachtig geluisterd naar de verhalen van twee jongeren.  Een jongere vertelde over zijn ervaringen met JIM. De andere ervaringsdeskundige gaf aan dat zij  graag een zelfgekozen mentor had willen hebben. De Kamerleden Lisa Westerveld, René Peters en Marijke van Beukering erkennen het belang van een zelfgekozen mentor en zien graag dat het inzetten van een mentor vanzelfsprekend wordt. De Kamerleden hebben toegezegd de mogelijkheden voor een wetswijziging te verkennen en hun wethouders in de gemeenten warm te maken voor het idee. Want ieder kind verdient een veilig en liefdevol thuis met vertrouwde gezichten die blijven!

 

JIM onderzoek in Porto

By | JIMonderzoekt | No Comments

Blog EUSARF2018 Porto

door: Natasha Koper

Natasha is niet voor iedereen een bekend gezicht. Hoe dat komt? Ze houdt zich achter de schermen bezig met haar promotieonderzoek naar de effectiviteit van de JIM-aanpak. Ben je benieuwd naar haar ervaringen? In deze blog vertelt ze je meer over de EUSARF[1] conferentie waar ze in oktober haar onderzoek heeft gepresenteerd.

Een beetje zenuwachtig stapte ik ‘s avonds op het vliegtuig naar Porto. Ik was wel eerder naar conferenties geweest, maar nog niet in het buitenland en ook nog niet alleen. Op het vliegveld in Porto werd ik opgewacht door mijn airbnb host Francisco en zijn vrouw Monica. Ze vertelden trots dat ze pas net gestart waren met hun airbnb. Ze hadden nog nooit een gast gehad die zo lang zou blijven: 10 dagen! Dat is inderdaad wel lang, dacht ik toen. Hoe ik mijn dagen alleen door zou komen, had ik nog niet bedacht. Francisco en Monica reden een extra stukje om zodat ik de zee kon zien. Wat een prachtig uitzicht! Toen we aankwamen bij mijn thuis voor de komende anderhalve week, heb ik snel mijn spullen uitgepakt en klaargelegd voor de volgende dag. Ik controleerde een aantal keer of ik echt alles in m’n rugtas gestopt had (poster, handouts, notitieblok). Toen ik er zeker van was dat ik niks was vergeten, ben ik snel mijn bed in gesprongen. De volgende dag stond een spannende dag te wachten!

Natasha Koper - onderzoeker

Natasha Koper – onderzoeker

De volgende ochtend stond ik vroeg op en stapte ik met mijn poster naar buiten. Vandaag begon de preconferentie van EUSARF, een dag voor jonge onderzoekers die – je raadt het al – vóór de echte conferentie plaatsvindt. Ik was vroeg, veel te vroeg. Toen ik aankwam, was er niemand bij het gebouw. Na even zoeken, vond ik iemand van de organisatie. Ik moest nog even wachten, vertelde ze me. Langzaam druppelden er meer mensen binnen. Enkelen kenden elkaar al, maar de meesten stonden net als ik alleen met hun poster te wachten tot ze zich konden registreren. Tijd werd onze gemeenschappelijke vijand – we stonden al zo lang te wachten – en dat schepte een band. De eerste gesprekken ontstonden. Ik ontmoette die dag jonge onderzoekers uit Portugal, Hongarije, Amerika, Frankrijk, Iran, Nederland, en waarschijnlijk nog veel andere landen. Al deze onderzoekers houden zich bezig met onderzoek naar jeugdhulp met als doel om de hulp te verbeteren. Ons gemeenschappelijk doel versterkte de band die pas vanochtend ontstaan was. Aan het einde van de dag kon ik niet wachten tot de volgende dag, om nóg meer kennis en ervaring uit te wisselen tijdens workshops, presentaties en gesprekken tijdens de pauzes. Tevreden over het verloop van de eerste dag, ging ik terug naar mijn appartement.

Ook tijdens de EUSARF conferentie vloog de tijd voorbij. Onderzoekers, professionals en beleidsmakers van over de hele wereld waren bij EUSARF om hun kennis te delen en elkaar te inspireren. Ik volgde sessies over pleegzorg in Europese landen, veiligheid in residentiële zorg, effectiviteit van interventies, en nog veel meer. Op de laatste dag was het mijn beurt om een presentatie te geven. Ik was benieuwd hoeveel mensen er zouden komen naar een sessie op de laatste dag, vroeg in de ochtend. Het tijdstip zat misschien niet mee, maar het onderwerp wel. Het inzetten van het sociaal netwerk was een terugkerend thema bij EUSARF. Het belang ervan werd door meerdere sprekers benadrukt, maar door kritische vragen uit het publiek moesten sprekers vaak toegeven dat er in hun interventie geen methode was opgenomen om het te doen. In mijn presentatie wilde ik daarom juist daarop ingaan: de JIM-aanpak vindt niet alleen dat het sociaal netwerk belangrijk is, we doen er ook echt iets mee. Dat bericht kwam duidelijk binnen bij de (20!) aanwezigen. Mijn publiek was razend nieuwsgierig naar de JIM-praktijk! Vraag na vraag werd gesteld over het werken met JIMs. Hoe wordt de JIM gekozen? Is elke JIM goed? Wat zijn de eisen aan een JIM? Welke begeleiding heeft een JIM nodig? Belangrijke vragen die ook leven onder JIM-professionals. In mijn onderzoek probeer ik antwoord te geven op deze (en andere) vragen over de JIM-aanpak. Ben je benieuwd naar de voortgang van mijn onderzoek of (tussentijdse) resultaten? Houd dan de Stichting JIM nieuwsbrief en website in de gaten!

 

Onderzoekspresentatie over JIM

Onderzoekspresentatie over JIM

[1] EUSARF is een wetenschappelijke vereniging, om precies te zijn de: European Scientific Association on Residential & Family Care for Children and Adolescents. EUSARF organiseert elke twee jaar een internationale conferentie in een Europese stad.

JIM Social - Facebook (1)

By | JIMspiratie | No Comments

De JIMtraining is bedoeld voor zorgprofessionals die willen werken met de JIMaanpak. Heb je een HBO-opleiding en ben je toe aan het werken met JIM? Meld je dan nu aan via info@jimwerkt.nl

Dag 1: 22 oktober
Dag 2: 26 november
Praktijkondersteuning 1: 13 december of 17 december
Praktijkondersteuning 2: 10 januari of 21 januari 
Praktijkondersteuning 3: 4 februari of 14 februari
Praktijkondersteuning 4: 7 maart of 12 maart
Dag 3: 26 maart JIMdiner!
Arnon_Grunberg_Frankfurter_Buchmesse_2016

De mentoren van Arnon Grunberg

By | JIMspiratie | No Comments

Win een gesigneerd exemplaar van het nieuwe boek van Arnon Grunberg

Beschrijf in een voetnoot (150 woorden) hoe de unieke band met jouw JIM je heeft geholpen een mooier mens te zijn. Arnon kiest de voetnoot uit die hem het meest aanspreekt en dat duo krijgt beide een gesigneerd exemplaar van ‘Goede mannen’. Inzendingen kun je versturen naar info@jimwerkt.nl tot en met 14 september.

De goede mannen én vrouwen rondom Arnon Grunberg

Vandaag verschijnt de nieuwe roman ‘Goede mannen’ van Arnon Grunberg. Het is een zoektocht naar de vraag of een (goed) mens onheil kan voorkomen. Een goed mens staat niet op zichzelf, maar wordt gevormd door de mensen om heen. Wie maakten de mens Arnon Grunberg en hielpen hem te zijn wie hij nu is? Een interview door Levi van Dam over zijn periode als school drop-out en de mentoren die voor hem belangrijk zijn.

Wist je altijd al dat je het voortgezet onderwijs niet zou afmaken?

 “Ergens wel. Als kind voelde ik al dat ik anders was dan andere kinderen en ik wilde heel graag ontsnappen aan het milieu in Amsterdam-Zuid. Mijn ouders hadden mijn pad al uitgestippeld: ik moest iets in de wetenschap gaan doen. Daardoor wist ik precies wat ik niet wilde: iets in de wetenschap. Op school kon ik prima meekomen, maar ik merkte ik dat ik goed was in andere dingen. En ik voelde mij ook gewoon beter dan de andere kinderen. Ik wilde zelf creëren.”

Hoe reageerden de docenten op jouw mededeling om te vertrekken?

“Toen ik als 16jarige besloot weg te gaan, was Meneer Kisch, de wiskundedocent, boos op mij. Ik was meestal snel klaar met zijn toetsen en schreef dan onderaan het antwoordblad een brief aan hem. Hij schreef altijd terug. Ik was vooral nieuwsgierig hoe hij al 20 jaar een en hetzelfde vak kon geven. In zijn brieven was hij eerlijk en openhartig, hij vond dan ook dat ik hem verried door van school te gaan. Terwijl het andersom was, hij mij had verraadden! Hij had mij niet gegeven wat ik nodig had. De hele school had mij verraadden door het bieden van onderwijs waar ik niks aan had. Ik moest daar weg, op zoek naar andere plekken in de stad. Andere mensen. Nieuwe ontmoetingen”.

En, wie heb je ontmoet in de stad?

“Rond mijn achttiende ontmoette ik de moeder van een Poolse jongen met wie ik optrad in een theatergezelschap. Zij is wat je kunt noemen mijn eerste JIM: Jolanta Zalewska. Zij was choreograaf en hielp mij met mijn houding en de choreografie in mijn theaterstukken. In het begin was ik bang voor haar. Zij belichaamde mijn zwakke plek. Dans. Beweging. Ik ging nooit naar dancings en disco’s. Ik kon dat niet, bewegen. En de muziek stond te hard om mijn wapen in te zetten: woorden. Ik had geleerd dat de clown uithangen mij bewondering opleverde, maar dat ging niet op bij dansgelegenheden met harde muziek. Daar voel ik mij ongemakkelijk. Dat was ook zo bij Jolanta, zij was streng in beweging, maar ze zag iets in mij. Ik weet niet wat, dat sprak zij niet uit en ik vroeg er niet naar, maar dat gevoel was heel sterk. Ik mocht mee met haar het nachtleven in. Ze was alcoholist en zat tot diep in de nacht in cafés in de Haarlemmerbuurt en voerde lange discussies met vrienden.”

Hoe was dat, om als jong broekie tussen die volwassen dronkaards te zitten?

“Ik vond het fantastische en deed driftig mee aan de discussies. Mijn revolutionaire gedachten kon ik uitten en ik werd serieus genomen. Het waren allemaal mensen van boven de veertig, vijftig, en ze luisterden naar mij, de jongen van nog geen twintig. Dat vond ik volstrekt normaal. Ik had originele invalshoeken. Ideeën die ertoe deden. Natuurlijk luisterden ze.”

Is Jolanta de centrale figuur voor jou in die tijd?

“Nee, dat is Ewa Mehl, een beeldkunstenares die ik via Jolanta heb leren kennen. Zij was echt emotioneel betrokken bij mij, op een dieper niveau dan Jolanta. Ewa was, net als Jolanta, een Poolse vrouw. Ze is waarschijnlijk Joods, ze is namelijk als vondeling gevonden langs de treinrails naar Warschau. Vermoedelijk is ze als baby uit een rijdende trein gegooid door haar ouders. Die heeft ze dan ook nooit gekend. Ze had een atelier in de Noorderstraat in Amsterdam en ik was in die tijd – rond mijn achttiende – zeker drie keer per week bij haar in het atelier. Eigenlijk denk ik dat ik er wel dagelijks was. Ik besprak met haar mijn teksten en mijn ideeën. Onze relatie was heel liefdevol. We hadden soms aanvaringen, maar ze begeleide mij altijd op Socratische wijze: ze stelde vragen en hield mij een spiegel voor. En ze was streng: als ik kunstenaar wilde worden moest ik niet zeuren, maar hard werken. Geluk maakt geen kunst was haar uitgangspunt. Daarin heeft ze gelijk.”

Waren er ook mannen die in die periode belangrijk zijn geweest voor jou?

“Zeker, Hans Dorff bijvoorbeeld, hij was mijn eerste baas. Ik had als 16-jarige gereageerd op een advertentie in de Volkskrant voor oproepkracht ‘administratief medewerker’ bij een designstudio. Als school drop-out, maar toch met 4 VWO op zak, leek mij dat nog wel haalbaar. In de kennismaking stelde hij vast dat ik een ‘positief ingesteld iemand was’. Dat sprak hem aan en zijn kijk op mij correspondeerde met wat ik zelf zag. De functie administratief medewerker was omvangrijk, ooit stuurde hij mij naar de Bijenkorf om er een lingerie setje te kopen voor zijn vriendin. Daar aangekomen was ik de maat vergeten, kon ik onverrichte zaken terug.”

Wat sprak je aan in het contact met hem?

“Hij nam mij serieus. Onze relatie was egalitair, ondanks het verschil in leeftijd en functie. En hij gaf mij verhalen: de werkplek was prachtig voor mij als ontkiemend schrijver. De romantypetjes liepen er rond in levenden lijve. Een van de collega’s was alcoholist en had zijn flesjes whisky verstopt onder de dagelijkse krant. Iedereen wist dat, en toch werd het bedekt.”

Herinner je ook spanningen in deze relaties?

“Dat was vooral met Ewa, de band met haar was ook emotioneler. Zij was bijvoorbeeld jaloers toen ik mijn eerste vriendinnetje kreeg. Ze moest mijn aandacht delen met iemand anders en dat vond ze niet leuk. Op de boeklancering van ‘Blauwe maandagen’ kwam zij dan ook aanzetten met zwarte rozen.”

Ben je ooit weleens bang geweest dat een van deze mensen het contact met jou misschien zou opzeggen?

“Nee, met hen niet, maar wel met Jan Ritsema. Hij is de enige met wie ik mij een serieuze aanvaring herinner. Ik werkte toen op zijn bureau en deed de drukpers. Je legt dan letter voor letter de tekst in een pers om deze vervolgens af te drukken. Op een dag moest ik een theatertekst drukken, maar ik zag direct dat die tekst beter kon. Ik paste zinsconstructies aan, voegde woorden toe, maakte het geheel krachtiger. Niet lang daarna sprak ik een ziedende Jan. Hoe ik het in mijn hoofd haalde om aan die teksten te komen? De theatermakers waren woest en alles moest nu overnieuw. Ik was het niet met hem eens, ik had de teksten verbeterd, ik had ze geholpen! Maar had ik hem nodig, dus ik paste ik mij aan.”

Hoe belangrijk was het contact met deze mensen voor jou destijds?

“Jolanta en Ewa gaven mij vooral emotionele steun, dat had ik ontzettend nodig. Thuis kreeg ik dat niet. Met Hans en Jan zat de waarde in het contact dat het gelijkwaardig was. Het belangrijkste is wel dat ik bij alle vier merkte dat zij iets in mij zagen, ze namen mij serieus en hadden mij lief om wie ik was.”

Hoe heb je ze daarvoor bedankt?

“Niet. Na het succes van Blauwe maandagen ben ik plotsklaps uit Amsterdam vertrokken, naar New York. Dat hebben Eva en Jolanta mij kwalijk genomen. Ik vond echter dat het klaar was. Ik had gedaan wat we hadden afgesproken. Ik was succesvol geworden en doorgebroken en zij mochten daarbij zijn. Zij hadden van dichtbij mijn energie mogen ervaren, ik had hen energie gegeven. En nu moest ik verder. Ik was hen voorbijgegaan en zij konden mij niet langer bieden wat ik nodig had voor een volgende stap. Ik wilde door en kon niet op hun niveau blijven hangen.”

Het zijn allemaal mensen buiten de familie en vriendenkring, waarom?

“Omdat ik uit het milieu van mijn ouders wilde stappen. Ik wilde weg. Mensen uit de vriendenkring van mijn ouders inspireerden mij simpelweg niet en zij konden mij niet geven wat ik nodig had.”

Hoe stonden je ouders tegenover het contact met deze mensen?

“Die wisten er niet zo veel van. Ze wisten natuurlijk wel dat het er was en dat ik veel bij hen was, maar over de inhoud vertelde ik niet veel. Mijn moeder was sowieso te jaloers ingesteld, het contact met Ewa en Jolanta had zij toen zeker als een bedreiging gezien. En hun werelden lagen te ver uit elkaar, precies zoals ik bedoeld had.

Heb je nog contact met deze mensen?

“Jolanta is als alcoholist gestorven, gevonden in een gracht. Aan Ewa heb ik mijn 2e boek opgedragen. Zij is inmiddels ook overleden, net als Hans, die nooit de dichter is geworden die hij droomde te zijn.”

Ben je door hun overlijden anders naar hen gaan kijken?

“Ze zijn denk ik waardevoller geworden, ik leef meer met ze zou je kunnen zeggen. Maar ik heb geen spijt van hoe ik mij destijds van hen heb losgerukt. Ik heb ze energie gegeven en ik moest verder, op zoek naar nieuwe plekken en mensen die mij verder konden brengen. Jan is trouwens de enige die nog leeft, met hem heb ik nog steeds contact. Je zou kunnen zeggen dat ik hem nog steeds nodig heb.”

Zie jij jezelf als mentor voor anderen?

“Nee. Eerlijk gezegd kan ik er de energie niet voor opbrengen, die energie heb ik zelf nodig. Voor mijn projecten, voor mijn schrijven. Natuurlijk help ik mensen. Ik vind mijzelf over het algemeen heel erg benaderbaar. Ik reageer altijd op mails of verzoeken en probeer mensen ook verder te helpen. Het project in het Stedelijk Museum in Amsterdam met vluchtelingen bijvoorbeeld. Ik kan niet alle vluchtelingen helpen, maar toen ik diverse vluchtelingen sprak, bedacht ik dat ik ze misschien wel verder kan helpen. Ik kan ze helpen door ze aan elkaar te verbinden, door ze mensen te leren kennen die voor hen onbereikbaar zijn, maar via mij bereikbaar worden. Maar als het contact met iemand te lang duurt, kan ik er niet goed mee uit de voeten. Dan beknelt het mij, alsof diegene van mij afhankelijk wordt.”

Is er echt niet een iemand met wie je een bijzonder band hebt, op wie je extra gesteld bent?

“Mijn relatie met Johannes zou je als een mentorrelatie kunnen typeren, hij is docent Nederlands en heeft een tijd bij mij gewerkt. We hebben dagelijks wel mailcontact en ik geef hem adviezen. Tegelijkertijd werkte hij ook gewoon voor mij. Het is dus ook een zakelijke transactie. Er werken sowieso wel gemiddeld vijf a zes mensen voor mij. Jaarlijks gaan we samen een paar dagen weg. Zij zijn voor mij een soort familie.”

Hoe ervaar jij mentorrelaties?

“Voor mij zijn het ondankbare relaties. Ze kosten mij teveel. Als mensen na jaren weer contact zoeken omdat we elkaar hebben leren kennen via mijn werk, help ik ze. Denk ik mee. Maar als het te lang duurt wil ik verder, wil ik ze achter mij laten, op mijn weg naar nieuwe ontdekkingen.”

Je praat over deze contacten alsof het je tijd kost: jouw tijd. Kostbare tijd die af gaat van jouw levenstijd.

“Ja, dat klopt denk ik wel. Ik ben er nog niet aan toe om mijn tijd aan anderen te geven. Ik weet ook niet of dat komen gaat, het is misschien ook een vorm van je eigen eindigheid in de ogen kijken.”

Je bent ook peetvader van Mayu, is dat niet ook een mentorrelatie?

“Nee, dat is volstrekt anders. Dat kun je niet vergelijken. Daar heb ik een positie, ik ben gevraagd en heb weloverwogen ja gezegd. Daar voel ik dan ook een diepe loyaliteit. Er is vanuit mij een onvoorwaardelijk vertrouwen in hem.”

Hoe ervaar je het peetvaderschap?

“Ik schiet te kort in die relatie. Ik ben er te weinig bij hem, ik zoek te weinig het contact met hem op. We hebben een band, maar…”. Voor het eerst die avond valt Arnon stil. Hij staat op, strikt zijn veters en loopt onaangekondigd naar het toilet. Als hij terugkomt zegt hij: “Ik weet niet goed wie ik voor hem ben”, en daarmee is voor hem het onderwerp afgedaan.

Vind je ze wel belangrijk, mentorrelaties?

“Absoluut, ze zijn het weefsel van de samenleving. Ze vormen een wezenlijk onderdeel van ons beschavingsproces. De kennisoverdracht die er plaatsvindt is cruciaal. Zelf vind ik het emotionele aspect denk ik erg lastig. Ik kan mij verliezen in relaties met anderen. Daarom houd ik mensen soms liever op afstand, omdat het anders ten kostte gaat van mijn werk. Dat is voor mij een te hoge prijs.”

 

 

Vacature: systeemtherapeutisch trainer (junior)

By | Geen categorie | No Comments

 JIM is een door de jongeren zelfgekozen mentor. De JIM is een luisterend oor en steun en toeverlaat voor de jongeren die zijn belangen behartigt waar nodig is. JIM kan een brug zijn tussen de jongere en zijn ouders, hulpverleners en onderwijzers. Stichting JIM helpt (zorg)instellingen en gemeenten JIMvriendelijk te zijn: hoe werk je optimaal samen met deze zelfgekozen steunfiguren uit de omgeving van jongeren? Wij doen dit door opleiding aan te bieden (training en coaching), inspiratie sessies te organiseren (JIMavonden, landelijke JIMdag, JIMtheater), systemisch en JIMgericht organisatieadvies en (wetenshappelijk) onderzoek te faciliteren.

Vandaag vragen mensen elkaar op verjaardagsfeestjes of ze al mantelzorg bieden aan hun ouders of familie. Help jij ons het mogelijk te maken dat mensen elkaar overmorgen gaan vragen: van welke jongere in jouw omgeving ben jij de JIM?

Functie

Als systeemtherapeut geef je trainingen aan zorg- en onderwijsinstellingen in het land over het werken met JIM. Samen met de seniortrainers bespreek je met gemeenten en bestuurders de ambities die zij willen realiseren met JIM en vertaal je dit naar de trainingspraktijk. Je biedt coaching on-the-job en geeft training in een mix van online en face-to-face contact.

Taken

  • Geven van training en opleiding;
  • Voorlichting bij instellingen, scholen en congressen;
  • Consulterende JIMgesprekken voeren

Profiel
We zoeken iemand die bij voorkeur de opleiding tot systeemtherapeut of systeemtherapeutisch werker heeft voltooid (NVRG erkend). Iemand die ervaring heeft in het out-reachende werk met gezinnen en jongeren in de jeugdhulp en het geen bezwaar vindt om te reizen. We laten ons graag verassen door jouw out of the box ideeën en de vertaling daarvan naar nieuwe oplossingen.

JIM biedt:

Een dienstverband voor 24 – 32 uur per week met goede secundaire arbeidsvoorwaarden:

  • Onbeperkt aantal vakantiedagen: de medewerker met een volledig dienstverband (36 uur per week) heeft jaarlijks recht op 144 uur wettelijk verlof en 56 uur bovenwettelijk verlof, maar we stimuleren dat je zoveel vakantie opneemt als goed voor je is. Het gaat ons er immers om dat je fit en gemotiveerd blijft, ons uitgangspunt is dat vakantie daar aan bijdraagt.
  • Jaarlijks Individueel Keuzebudget (IKB): 10% van je bruto jaarsalaris mag vrij besteed worden aan doelen die passen bij jouw persoonlijke wensen. Je kunt dit vrij besteden aan studiekosten of activiteiten in de vrije tijd die bijdragen aan jouw welbevinden (sport, muziek, etc).

Salariëring is gebaseerd op werkervaring en opleiding, we benutten de CAO Jeugdzorg ter inspiratie en wijken daarvan af indien nodig.

Het dienstverband is aanvankelijk voor bepaalde tijd, met kans op een vast dienstverband.

Reageren?

Reageren kan tot en met 29 juli. Voor vragen, neem contact op met Suzanne de Ruig (inhoudelijk leider) M: 06 5382 3351 of suzanne@jimwerkt.nl.

Naast een C.V. en motivatiebrief vragen we een video-pitch van minimaal 30 seconden, maximaal 2 minuten. We vragen je om in de video-pitch onze belofte ‘met je eigen wortels groei je het mooist’ te verwerken. Sollicitaties graag per mail naar martine@jimwerkt.nl.

De eerste gesprekken vinden plaats op vrijdag 3 augustus in Amersfoort.

Sharida

JIMverhalenbundel: eerlijke Rotterdamse ervaringen

By | JIMonderzoekt | No Comments

Onlangs werd in Rotterdam de bundel ‘Met je eigen wortels groei je het mooist; eerlijke Rotterdamse verhalen’ gepresenteerd. In de bundel staan openhartige interviews met jongeren, JIMs en hulpverleners. Wat vinden ze mooi aan JIM? En wat helemaal niet? Ook is er aandacht voor wetenschappelijk onderzoek over mentoren.
De JIMverhalenbundel is gemaakt in samenwerking met de Gemeente Rotterdam en de organisaties Enver, Humanitas, Futuro, Exodus, wmo radar en Stichting JOZ. Peter Vergouwe van Enver is als programmaleider namens deze organisaties initiatiefnemer van dit innovatie-project voor de JIM-aanpak in de jongerencoaching en ambulante woonbegeleiding in de Maasstad.

Aan wie is het eerste exemplaar van de verhalenbundel uitgereikt?
“Het hoofd Jeugd van de gemeente Rotterdam heeft de eerste exemplaren overhandigd aan de jongerencoaches  die voor het boekje geïnterviewd zijn. Ze ontvingen ook een exemplaar voor ‘hun’ eveneens geïnterviewde jongeren en JIM’s en bovendien een warm applaus van hun collega’s. Daarna is het binnen de gemeente Rotterdam verspreid.  Ook kregen managers van de betrokken organisaties een exemplaar om uit te delen aan alle in de JIM-aanpak getrainde jongerencoaches, woonbegeleiders, gedragsdeskundigen en andere belangstellenden.”

Waarom ben jij enthousiast over de toevoeging van een JIM bij de jongerencoaches?
“Veel jongeren raken geïsoleerd van hun eigen wortels. Hulpverleners zijn vaak geneigd om het stokje over te nemen, maar uiteindelijk zijn zij passanten. Het is heel erg de moeite waard om te vragen: zijn er mensen in je omgeving die in je willen investeren? Ik ben ervan overtuigd dat we hiermee verder moeten. Daarom ben ik met een pilot gestart in Rotterdam.”

Bij zo’n experiment  ben ik meer geïnteresseerd in de verhalen en in de ervaringen dan in de cijfers

De gemeente Rotterdam wilde een verantwoording van deze pilot via vragenlijsten. Maar jij stelde voor om de verhalen van jongeren, JIMs en hulpverleners samen te brengen in een toegankelijke publicatie. “Klopt, ik was radicaal tegen zo’n vragenlijst met een zelfredzaamheidsscore omdat die mogelijk effecten suggereert waarvan je niet weet of die te maken hebben met de JIMaanpak en omdat het een enorme extra registratiedruk op de hulpverleners zou leggen. De JIMaanpak is ontwikkeld in een ander setting en dit innovatieproject had tot doel om te bekijken of deze aanpak ook geschikt zou zijn voor deze doelgroep. Bij zo’n experiment ben ik meer geïnteresseerd in de verhalen en in de ervaringen dan in de cijfers. De gemeente is daarmee akkoord gegaan. Nu de verhalenbundel er ligt, is ze er blij mee. Wethouder De Langen heeft zelfs het voorwoord geschreven.”

Mooi beeld
Wat vind je zelf van het resultaat?
“De verhalen zijn eerlijk en oprecht en doen recht aan de pilot. Ze vertegenwoordigen een mooi beeld van hoe er gewerkt is in dit project. Soms misschien niet altijd naar de letter van de JIMaanpak, maar zeker naar de geest.  Ook het verhaal waarin een moeder de  ‘rol’ van JIM vervult past er daarom prima in voor mij: het gaat niet allereerst om regels, procedures en methodieken, maar om wat werkt voor iedere individuele jongere. Dat ook zo’n verhaal in de bundel staat, vind ik mooi. Ik ben er heel blij mee.”

Hoe gaat het nu verder met JIM in de jongerencoaching in Rotterdam?
We deden dit samen met zes partijen. Aanvankelijk waren we concurrenten in de aanbesteding. Maar nu is dit een gezamenlijk project. De JIMaanpak wordt meegenomen in een gezamenlijke toolkit . Met elkaar en de gemeente Rotterdam gaan we deze aanpak voor de jongerencoaches in heel Rotterdam implementeren. Naast de jongerencoaches zullen ook in de ambulante woonbegeleiders (18+ begeleiding in het kader van de wmo) doorgaan met deze aanpak! Dit project was één van de 11 gehonoreerde innovatie-projecten voor de doorontwikkeling van zorg, welzijn en jeugdhulp in Rotterdam. Dankzij het innovatiebudget hebben we kunnen experimenteren en kunnen we op basis van deze eerste ervaringen door met deze aanpak!

Foto: Sharida uit Rotterdam is een van de jongeren die heeft meegewerkt aan de verhalenbundel. Ze wijst naar haar gezinsfoto die in het boekje is opgenomen. 

Hebben?
IMG_E1428
De bundel ‘Met je eigen wortels groei je het mooist; Eerlijke Rotterdamse verhalen’ is een uitgave van Stichting JIM. Johanne de Heus is verantwoordelijk voor het grafisch ontwerp en zelfstandig interviewer, tekstschrijver en bladenmaker Sjoerd Wielenga nam de coördinatie, eindredactie en de meeste teksten voor zijn rekening. Interesse in de bundel? Stuur dan een e-mail naar info@jimwerkt.nl

André Rouvoet adviseert JIM bij echtscheiding

By | JIMinhetnieuws | No Comments

Een commissie onder leiding van oud-minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet onderzocht de afgelopen maanden hoe zo veel mogelijk kan worden voorkomen dat kinderen de dupe worden van een scheiding. Een van Rouvoets adviezen: werk met een JIM. ‘Continue aandacht voor het belang en de positie van het kind via een steunfiguur is cruciaal’, zo luidt een van de aanbevelingen, schrijft de Volkskrant. Levi van Dam vertelt namens Stichting JIM in de krant hoe dat in de praktijk werkt. Zo zegt hij ondermeer: ‘Het is de peetoom en peettante van vroeger. Die werd je toegewezen door je ouders, wij draaien dat om en vragen aan de jongeren zelf wie zij zien als die persoon.’
Ook plaatst Levi een kanttekening als het gaat om de inzet van een JIM bij echtscheiding: ‘Dat zijn complexe situaties, omdat ooms en tantes in het kamp zitten van de ene ouder en niet de andere. Dan is het lastig om iemand te kiezen. Maar we zien ook weleens dat ouders zo druk in de weer zijn met elkaar en conflicten, dat ze het kind vergeten. Dan is het fijn als een JIM aandacht kan geven aan het kind.’